HEUP- & ELLEBOOGDYSPLASIE

HEUPDYSPLASIE

Heupdysplasie is een door erfelijke faktoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichstaten, die daarvan geen last (lijken te) hebben. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen met behulp van röntgenfoto's.

HET BEOORDELINGSPANEL
Het beoordelingspanel is onderdeel van het Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW). Eén van de taken van het HD-panel is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdyspalsie in hun selectieprogramma willen gebruiken.

HD-FOTO'S
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten zijn twee röntgenfoto's van de hond in rugligging nodig:
- één opname met gestrekte achterbenen (positie I), en
- één opname met naar voren gebogen en gespreide achterbenen (positie II), waarbij in beide posities de hond exact recht moet liggen. Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's.

RAPPORT HEUPDYSPLASIE ONDERZOEK
Er bestaan verschillende gradaties in de beoordeling:
HD A (1,2)
=
negatief. De hond is röntgenologisch vrij van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD B (1,2)
=
overgangsvorm. Op de röntgenfoto's zijn geringe veranderingen gevonden, waaraan geen directe betekenis kan worden toegekend.
HD C (1,2)
=
licht positief. Bij de hond zijn duidelijke veranderingen gevonden, passend in het ziektebeeld van HD.
HD D (1,2)
=
positief. Bij de hond zijn duidelijke veranderingen gevonden, passend in het ziektebeeld van HD.
HD E (1,2)
=
positief in optima forma. De heupgewrichten zijn ernstig misvormd.

DE BEOORDELING VAN ONDERDELEN
Bij de beoordeling van HD-foto's wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekering langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde", die wordt gemeten op de röntgenfoto in positie I. De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norberwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkom ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid "bot-afwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijking en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD tc, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD ±, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD +. De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

HEUPDYSPLASIE EN FOKKERIJ
In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de heupen, hoe kleiner de kans dat de nakomelingen HD zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomeningen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen maar groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen. Elke fokker die zijn/haar honden laat controleren op HD beschikt over de officiële certificaten van de WK Hirschfeld Stichting waaruit blijkt hoe de toestand van de heupen van de desbe treffende dieren is. Deze uitslagen worden niet vermeld op de stambomen van de honden zelf, maar wel op de stambomen van hun nakomelingen.

 

ELLEBOOGDYSPLASIE

Elleboogdysplasie-onderzoek richt zich op vier verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht, die echter alle op den duur tot deformatie van het gewricht en kreupelheid kunnen leiden. Het zijn ontwikkelingsstoornissen van met name het kraakbeen in gewrichten die onder invloed van erfelijke en andere factoren ontstaan. Sommige honden kunne hiervan op jonge leeftijd reeds ernstige problemen ondervinden. Bij andere zullen pas op latere leeftijd de ernstige misvormingen in het gewricht aanleiding zijn tot kreupelheid. Het onderzoek is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen.

HET BEOORDELINGSPANEL
Het beoordelingspanel is tevens onderdeel van het Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW). Een van de taken van het ED-panel is de beoordeling van röntgenfoto's van de ellebooggewrichten van honden. De beoordeling van ED-foto's heeft tot doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over Elleboogdysplasie in hun fokprogramma willen gebruiken.

ED-FOTO'S
Voor een goede beoordeling van de ellebooggewrichten op artrose zijn twee foto's van de hond van beide ellebogen nodig. Voor een diagnose onderzoek moeten foto's gemaakt worden in vier richtingen. Voor beide onderzoeken moet de hond achttien maanden oud zijn. Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en e documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's.

DE UITSLAG
Het ED-panel zal haar eindoordeel t.a.v. de elleboogkwaliteit beschrijven als een van de volgende classificaties:
ED vrij/0
=
geen aanwijzing voor elleboogdysplasie
ED graad 1
=
geringe osteoarthrose
ED graad 2
=
middelmatige osteoarthrose
ED graad 3
=
ernstige osteoarthrose

DE BEOORDELING VAN ONDERDELEN
De term "Elleboogdysplasie" wordt gebruikt, wanneer een of meer van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:
1. OCD (Osteochondritis dissecans, loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm)
2. LPC (Los processus coronoïdeus, loslaten van een stukje bot van de ellepijp)
3. LPA (Los proc.anconeus, loslaten van een stuk bot op een andere plaats van de ellepijp)
4. Incongruentie (een niet goed "passend" gewricht door een te lange of te korte ellepijp te opzichte van het spaakbeen).

Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot "artrose". Onder artrose wordt verstaan "veranderingen van een gewricht (botreactie's) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn (kreupele stappen net na het opstaan), "er doorheen lopen" (dus beter lopen na enige tijd) en een terugval na veel inspanning.

BEHANDELING
De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geďndiceerd. Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten (bij OCD, LPA en LPC) uit het gewricht worden verwijderd terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd. Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. Er is niet aangetoond dat er middelen zijn waarmee artrose kan worden verholpen. Wel kunnen door het opleggen van gedragsregels en door het gebruik van pijnstillers de klachten worden verminderd.

ELLEBOOGDYSPLASIE EN FOKKERIJ
In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de ellebogen, hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomeningen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen maar groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen.