RASBESCHRIJVING |
|---|
|
Ontstaan en geschiedenis Voor het ontstaan van de Showracer moeten we terug naar het einde van de vorige eeuw. Na
afloop van de Civil War (de burgeroorlog) in de Verenigde Staten hernam het leven zijn normale loop weer;
toen ook de economie weer wat verbeterde werden er tal van duivenrassen uit Europa geïmporteerd. Vooral de
verschillende Belgische postduivenrassen waren hierbij sterk vertegenwoordigd. Duivenliefhebbers voornamelijk
uit New York en Massachusetts, veelal zelf van Europese afkomst, hebben in die jaren veel duiven uit Engeland,
België, maar ook wel uit Nederland geïmporteerd. Na de 1e wereldoorlog was er opnieuw zo'n opleving en werd
er kosten nog moeite gespaard om werkelijk topmateriaal naar Amerika te halen. Bij de fokkers thuis, in
achtertuinen en dierenwinkeltjes werden die duiven bekeken en besproken.
|
|
Fokkerij De verdundkleurigen hebben over het algemeen wat minder body dan de overige kleurslagen, met het
keuren moet men daar rekening mee houden. Showracers zijn vitale duiven die met veel zorg hun eigen jongen grootbrengen.
Toch kan men het beste oud met jong verparen. Een koppel bestaande uit twee late jongen brengt vaak teleurstelling. Op
het hok blijken het makke duiven te zijn. Als er kalm mee wordt omgegaan laten ze zich van hun zitplaats oppakken zonder
dat ze proberen weg te vliegen. Toch is het niet allemaal zonneschijn, het kan niet ontkend worden dat de doffers nogal
vechtlustig zijn. Vooral bij het koppelen in het voorjaar komt het tot echte vechtpartijen. In een soort omhelzing, die
soms minuten lang kan duren, houden ze elkaar bij de mondhoeken vast. De verwondingen die zo ontstaan zijn in de vorm van
onderwratten later altijd zichtbaar. Als de rangorde eenmaal definitief is vastgesteld is dat probleem voorbij. In
tegenstelling tot sommige rassen die de uit hun broedhok geraakte vreemde jonge duiven tot bloedens toe verwonden komt
dit bij de Showracers niet voor.
|
STANDAARD |
|
De huidige Amerikaanse standaard dateert van 1979, de laatste aanpassing van de tekst vond plaats in
September 1993. In de nieuwe tekst wordt meer aandacht gegeven aan de precieze omschrijving van de verschillende
raskenmerken. Ook de ideaalafbeelding was aan revisie toe, in 2009 is de vernieuwde standaardafbeelding door de NBS
standaardcommissie geaccepteerd, vooral kop en snavel maar ook de nek worden krachtiger weergegeven. De laatste vier
jaar wordt daarover al gediscuteerd. In November 1996 werden de laatste schetsen (gemaakt door Diane Jacky) door het
bestuur naar de leden van de ASRA (American Showracer Association) gestuurd. Die nieuwe schets bevat een front-, top-
en zij-aanzicht, vooral het zij-aanzicht is imponerend mooi maar een beslissing hierover is nog niet genomen.
Type en stand Het type verlangen we krachtig, dus zichtbaar groter dan postduiven. De benen ternauwernood middellang, goed gehoekt
en ver naar achter geplaatst. Borst en buik moeten royaal voor en onder de vleugelbogen uitkomen. Door de strakke
bevedering zijn die vleugelbogen, van voren gezien, toch vaak zichtbaar. Een forse krachtige hals, middellang. En
last but not least kort in de achterpartij. Om het predikaat Fraai te verdienen moet een Show Racer een opgerichte vaste
stand tonen. Voor de tentoonstelling is het ideaal ongeveer een hoek van 45° maar duiven die voor de fok gebruikt worden
zien we liever nog meer opgericht. Borstbeen, het borstbeen willen we lang maar beslist niet diep. Bij het in de hand
nemen mag het borstbeen dus niet buiten het omringende borstvlees uitsteken. Neem maar een eend in de handen dan kun je
precies vaststellen wat ik bedoel.
Grootte Het gaat om de harmonie van het geheel. Veelal worden er te overdreven eisen aan de grootte gesteld. De
Amerikaanse speciaalclub geeft een gewicht aan tussen 18 en 22 ounces voor oude dieren. In grammen tussen 510 en 625 gram.
Dat is maar weinig meer dan de 450 gram van een gemiddelde postduif. In het zelfde artikel wordt ook gesteld dat oude
fokdoffers vaak zwaarder zijn dan 30 ounce. Zelf geef ik de voorkeur aan de wat krachtigere types.
Hals Middellang, vol en krachtig uit de borst komende en eindigende in een scherp uitgesneden keel.
Kopdracht De kopdracht is voor het uiterlijk erg belangrijk. Ideaal is een kopdracht waarbij de snavelpunt maar iets lager
dan horizontaal wordt gedragen. Te laagzichtig moet bestraft worden.
Kopbelijning Van boven gezien verlangen we, vooral bij de doffers, een brede schedel die vanaf de ogen naar de snavelpunt maar
weinig smaller wordt. De voorkop (tussen oog en snavel- aanzet) vrij lang. De snavel moet vrij breed aanzetten, stomp en
krachtig. In profiel gezien moet de kop een wat gestrekte indruk geven, goed gerond (dus niet te vlak in voorkop) en voldoende
substantie boven de ogen.
Snavelwratten Zowel wratvorm als wratstructuur spelen bij de beoordeling maar een bescheiden rol. Alleen "Steg" een wratvorm
zoals bij de Exhibition Homers waarbij de veren tussen de beide wrathelften tot aan de snavelaanzet doorgroeit, wordt als een
ernstige fout gezien. Bij de theoretische mogelijkheid van twee verder gelijkwaardige dieren wint natuurlijk de duif met de
betere wratvorm. Op de beoordelingskaart moet een ruwe of slechte wratvorm wel worden vermeld maar bij de huidige stand van
het ras niet bestraft worden. Oude doffers hebben haast zonder uitzondering onderwratten bij de mondhoeken, dit wordt vooral
door vechten bij het begin van het fokseizoen veroorzaakt.
Oogkleur Bij voorkeur donkerrood tot heel diep kastanjebruin. Vooral bij de duiven met de Indigo Factor wordt een zeer
donkere oogkleur toegestaan, maar als de iris vrijwel net zo donker is als de pupil wordt dat ook in Duitsland bestraft. Voor
bleke, matte of lichte ogen is minder consideratie. Bij duiven met de bruinfactor is het zogenaamde valse parel- oog toegestaan
en bij witten een donker oog. Showracers met gele of parelogen zijn niet geschikt voor showdoeleinden.
Oogranden Aan de oogranden worden hoge eisen gesteld, die dienen zo smal mogelijk en in kleur passend bij de veerkleur te
zijn.
Kleurslagen De hierna volgende kleurslagen zijn in Nederland erkend:
Fouten Alle fouten het type en de stand betreffende moeten zwaar bestraft worden. Show Racers die te horizontaal staan
en/of een lang smal type tonen zijn (ondanks andere kwaliteiten) met G. dik beloond. Show Racers hebben een dik pak veren en
moeten er altijd super strak bevederd uitzien. Losse bevedering in hals of achterpartij of veerwervelingen in de hals moeten
tot een laag predikaat leiden. Voor te ruwe wratstructuur bij jonge dieren moet bij de beoordeling een punt worden afgetrokken.
|