RASBESCHRIJVING |
|---|
|
Algemeen De Oud-Hollandse Meeuw is een middelgrote, kwieke duif, welke in de omgang zeer vertrouwelijk
is. De naam "Meeuw" is ontleend aan de oppervlakkige gelijkenis met zeemeeuwen; wit met blauwgrijze vleugels.
Alle meeuwenrassen zijn zeer gezellig van aard, rustig en toch uitermate levendig en aanhankelijk. Kortom, ze
hebben een prettig karakter en hechten bij een goede verzorging zo zeer aan hun verzorger dat men zelden lievere
vogels zal aantreffen.
|
|
Oorsprong Alle meeuwenrassen zijn van Oud-Oosterse oorsprong. Hun stamland moet gezocht worden in
Midden-Azië, vanwaar zij naar Noord-Afrika werden overgebracht en vandaar door zeevaarders meegebracht naar
Europa. In het gehele oosten was de duivenfok al eeuwen zeer geliefd. Op vele tempels en moskeeën waren ze
te vinden. Omdat op gedenktekens in Egypte van zo'n 3000 jaar voor Christus afbeeldingen zijn gevonden van
duiven met gekrulde halsveren (jabot) en kuifjes worden de Meeuwenrassen geacht te behoren tot de alleroudste
duivenrassen.
|
|
Uiterlijke kenmerken De Oud-Hollandse Meeuw is een sierlijke vogel om te zien. De duif is niet te lang en staat niet te laag op de
benen. De staart wordt horizontaal gedragen en de slagpennen rusten op de staart. Met zijn donkerbruine ogen
krijgt het dier een levendige maar zachte uitdrukking. De kop is langwerpig, aan de bovenkant getooid met een
fraaie puntkap. De vleeskleurige snavel is middellang, waaronder een goed uitgesneden keel de kop een parmantig
aanzien geeft. Op de brede, diepe en goedgeronde borst vindt men een verticale rij gekrulde veertjes, de jabot
genaamd.
|
|
Kleuren De Oud-Hollandse Meeuw kent verschillende kleurslagen. Allen zijn wit, alleen de vleugels kunnen gekleurd zijn.
De diversiteit van de vleugelkleur: wit, zwart, rood, geel, blauw, dun, blauwzilver, roodzilver, geelzilver,
blauwkras, roodkras, geelkras en dunkras.
|
|
De fok De Oud-Hollandse Meeuw heeft een middellange snavel waardoor ze, in tegenstelling tot sommige andere
meeuwenrassen, zeer goed in staat is haar eigen jongen groot te brengen. Gesteld dat het fokseizoen loopt
van februari tot en met juni zijn 6 tot 8 jonge duiven van één koppel geen uitzondering.
|
|
Vliegen Hoewel de Oud-Hollandse Meeuw door een groot aantal liefhebbers in volières wordt gehouden, kan ze zeer goed
los vliegen. Ze vliegt niet veel, maar wanneer ze los wordt gelaten scharrelt ze altijd rond in de tuin en is,
door haar vertrouwelijke en nieuwsgierige karakter, altijd in de buurt van mensen te vinden. |