SOA'S (CANINE HERPES VIRUS & BRUCELLOSE)

CANINE HERPES VIRUS (CHV)

CHV: EEN GEVAARLIJK VIRUS!
Canine herpes virus (CHV) infectie is een ziekte die diverse afwijkingen kan veroorzaken, maar is verreweg het meest schadelijk voor jonge pups. Het is en van de belangrijkste oorzaken van pupsterfte bij pups in de leeftijd van 1-3 weken. Dit heeft te maken met het onvermogen van pups van deze leeftijd om hun lichaamstemperatuur goed op peil te houden. Het virus gedijt namelijk het beste bij lagere temperaturen (rond de 37C). De grote gevoeligheid van pups van 1-3 weken oud heeft echter ook te maken met het feit dat op deze leeftijd de afweer van de pups tegen een dergelijke virusinfectie nog onvoldoende op peil is. De symptomen bij pups met een CHV infectie zijn: benauwdheid, neusuitvloeiing, minder of niet meer drinken, diarree (groenig van kleur), veel jammeren, kleine bloedinkjes op de buikhuid en/of slijmvliezen en uiteindelijk zelfs hersenverschijnselen en sterfte. De zieke pups kunnen binnen 24-48 uur dood zijn.

DE BESMETTING
De pups raken besmet via volwassen honden, die het virus wel bij zich dragen maar zelf geen ziekteverschijnselen vertonen. Dit zijn de zogenaamde symptoomloze dragers van het virus. Het virus leeft in de slijmvliezen van ademhalings- en voortplantingsorganen van deze honden en de pups raken dan ook geinfecteerd door vaginale uitscheiding van een besmette teef bij de geboorte, of via de placenta al vr de geboorte, of via vocht uit de neus van de teef na de geboorte. Reu en teef kunnen elkaar besmetten bij een dekking.

CONSEQUENTIES
Een infectie met het CHV kan zoals genoemd leiden tot ernstig zieke pups en pupsterfte beneden de leeftijd van 3 weken, maar ook tot fertiliteitproblemen bij de teef of foetale sterfte of vroeggeboorten of geboorte van zwakke of dode pups. Behalve veel teleurstelling en verdriet voor een fokker, brengt deze problematiek dus ook ernstige financiele consequenties met zich mee.

VACCIN
Omdat er geen doelgerichte therapie bestaat voor een CHV infectie, is het zinvol om problemen te voorkmen. In theorie zou er dan niet gefokt moeten worden met honden die antilichamen hebben tegen CHV (en dus de besmetting mogelijk bij zich dragen), maar in de praktijk is dit om praktische redenen nauwelijks uitvoerbaar. Er is overigens gebleken dat bij minimaal 30% van de honden wel antilichamen tegen CHV gevonden kunnen worden, terwijl er geen besmettelijke infectie hoeft te bestaan. Kunstmatige inseminatie helpt om de overdracht tussen reu en teef te voorkomen, maar kan een besmetting van het nest via een teef die drager is niet voorkomen.

Er is echter een nieuw vaccin voorhanden, dat pasgeboren pups kan beschermen tegen een CHV infectie! De teef moet hiermee twee maal worden gevaccineerd: de eerste keer ongeveer 7-10 dagen na de dekking of inseminatie en de tweede keer 7-14 dagen vr de verwachte werpdatum. De moeder zal dan (extra) antilichamen maken tegen het virus. Door opname van de moedermelk de eerste dagen (colostrum of biest) krijgen de pups deze antilichamen binnen, waardoor ze een betere bescherming hebben tegen het virus.

Naast deze vaccinatie is het van belang om de lichaamstemperatuur van de pups rond de 38,5 C te houden. Het is gebleken dat het virus bij deze temperatuur moeilijker kan overleven en vermenigvuldigen.Brucella canis is een bacterie die voortplantingsproblemen bij honden kan veroorzaken. Hierbij moeten we vooral denken aan abortus in de laatste 3 weken van de dracht, maar ook aan ontstekingen van de testikels bij reuen en steriliteit bij reuen. Vooral in verband met het feit dat er honden zijn die klinisch geen symptomen vertonen (bij deze honden vindt er ook geen vermenigvuldiging van de bacterie plaats; we noemen dit een latente infectie), maar die de bacterie wel kunnen overdragen naar andere honden kan het zinvol zijn om een antilichaam titer te bepalen. Het aantonen van antilichamen is mogelijk vanaf 14-21 dagen na infectie.



BRUCELLOSE

Brucella canis is een bacterie die voortplantingsproblemen bij honden kan veroorzaken. Hierbij moeten we vooral denken aan abortus in de laatste 3 weken van de dracht, maar ook aan ontstekingen van de testikels bij reuen en steriliteit bij reuen. Vooral in verband met het feit dat er honden zijn die klinisch geen symptomen vertonen (bij deze honden vindt er ook geen vermenigvuldiging van de bacterie plaats; we noemen dit een latente infectie), maar die de bacterie wel kunnen overdragen naar andere honden kan het zinvol zijn om een antilichaam titer te bepalen. Het aantonen van antilichamen is mogelijk vanaf 14-21 dagen na infectie.